Wankele slagkracht op transfermarkt door oplopende schuldpositie
In dit artikel:
De balansanalyse van Feyenoord over het boekjaar dat eindigde op 30 juni 2026 laat een club zien die financieel niet acuut in gevaar is, maar wel weinig ruimte heeft voor tegenvallers. Vooral het sterk negatieve werkkapitaal, de oplopende schulden en de afhankelijkheid van spelersverkopen baren zorgen. Deze factoren wegen bovendien zwaar mee in de beoordeling van de KNVB via het Financial Rating System (FRS).
De boekwaarde van de selectie bedroeg op balansdatum ongeveer 88 miljoen euro. Feyenoord investeerde in het seizoen 2025-2026 90,3 miljoen euro in spelers, tegenover 67,5 miljoen een jaar eerder. In totaal was bijna 168 miljoen euro geïnvesteerd in de spelers die op dat moment onder contract stonden. Daarvan moest nog bijna 71 miljoen euro aan verkopende clubs worden betaald, waarvan ongeveer 36 miljoen binnen het volgende seizoen.
De oorspronkelijke investeringswaarde wordt jaarlijks verlaagd door afschrijvingen over de looptijd van spelerscontracten. Tot en met juni 2026 was bijna 80 miljoen euro afgeschreven. Daarnaast boekte Feyenoord ruim 14 miljoen euro aan bijzondere waardeverminderingen, onder meer omdat de verwachte marktwaarde van bepaalde spelers lager lag dan hun boekwaarde. Dat bedrag was hoger dan de bijna 12 miljoen euro aan afwaarderingen in het vorige seizoen.
Spelers die na de balansdatum werden verkocht, stonden op 30 juni nog in de boeken. Hun transfers leverden volgens de jaarrekening gezamenlijk een positief resultaat van 19 miljoen euro op en verlaagden de boekwaarde na de zomertransferperiode met naar schatting 22 miljoen euro. Na toevoeging van nieuwe aanwinsten, waaronder doelman Tjark Ernst, wordt de boekwaarde van de selectie geraamd op 75 tot 80 miljoen euro. Daardoor kunnen de afschrijvingslasten in 2026-2027 met enkele miljoenen dalen. Voorwaardelijke transfersommen en prestatiebonussen kunnen de boekwaarde later nog met maximaal 13,2 miljoen euro verhogen.
Het grootste financiële aandachtspunt is het werkkapitaal. De vlottende activa bedroegen eind juni 76,9 miljoen euro, tegenover 119,4 miljoen euro aan kortlopende verplichtingen. Daardoor kwam het nettowerkkapitaal uit op min 42,6 miljoen euro. De FRS-ratio verbeterde door een wijziging in de rubricering van de balans naar 64 procent, maar de onderliggende positie verslechterde opnieuw ten opzichte van het voorgaande jaar. Sinds 2021 zijn de kortlopende verplichtingen met ruim 80 miljoen euro toegenomen, terwijl vorderingen en liquide middelen samen slechts 46 miljoen euro groeiden.
De krappe liquiditeit beperkt de slagkracht op de transfermarkt. Feyenoord gebruikt onder meer factoring van transfervorderingen en squadfinanciering om inkomsten eerder beschikbaar te krijgen, maar dat brengt rente en andere kosten met zich mee. De squadfinanciering werd verhoogd van 15 naar 20 miljoen euro. De rentelasten liepen in het afgelopen seizoen op tot 2,2 miljoen euro. Champions League-inkomsten bieden tijdelijke verlichting, maar zijn onvoldoende om het structurele probleem op te lossen.
Ook de solvabiliteit verzwakte. Het eigen vermogen daalde door het verlies over het seizoen van 37,3 naar 24,7 miljoen euro, terwijl het totale vermogen opliep tot 199,6 miljoen euro. De solvabiliteit kwam daarmee uit op 12 procent, ruim onder de 25 procent die de hoogste KNVB-beoordeling oplevert. De langlopende schulden stegen van 35,1 naar 55,1 miljoen euro. Daaronder vallen onder meer hypothecaire leningen, de squadfinanciering, een resterende coronabelastingschuld en transferverplichtingen. Van die laatste categorie moet bijna 30 miljoen euro binnen twee jaar worden betaald.
Tegelijkertijd heeft Feyenoord op korte termijn aanzienlijke transferinkomsten nodig om verplichtingen af te lossen, afschrijvingen te dekken en de liquiditeit op peil te houden. De directie lijkt daarom met een lager investeringsvolume en een afgeslankte selectie voorzichtiger te opereren. De samenvoeging van club en stadion zal de langlopende schulden bovendien verder verhogen, onder meer door de uitkoop van aandeelhouders en een langdurige compensatie aan SC Feyenoord.
De conclusie is dat Feyenoord financieel nog over mogelijkheden beschikt, maar structurele oplossingen nodig heeft. Nieuwe Champions League-inkomsten en grote spelersverkopen kunnen de druk verminderen, terwijl kostenbesparingen en extra langlopende financiering noodzakelijk lijken. Zonder verbetering van het werkkapitaal en de schuldpositie zal de financiële en sportieve manoeuvreerruimte verder afnemen.
Vandaag Inside: In de Wandelgangen: Staan Hélène Hendriks en Jeanneau van Beurden open voor Boxing Stars?