TERUGBLIK | Tijdperk Te Kloese van start
In dit artikel:
In januari 2022 trad Dennis te Kloese aan als algemeen directeur van Feyenoord, een club die sportief net weer in de lift zat maar financieel kwetsbaar bleef. De ploeg onder Arne Slot had energie en zichtbaarheid dankzij Europees succes, maar de balans liet een zorgelijk beeld zien: over 2021-2022 een nettoverlies van ruim €4,5 miljoen en een boekhoudkundig eigen vermogen van ongeveer €1 miljoen — waarvan circa €40 miljoen bestond uit een agioreserve van de Vrienden van Feyenoord. Rekent men die reserve niet als operationeel vermogen, dan was het eigen vermogen feitelijk rond de €39 miljoen negatief. Daarmee kreeg Te Kloese bij zijn aantreden twee taken tegelijk: sportief consolideren én structureel eigen vermogen opbouwen zonder afhankelijkheid van noodconstructies uit het verleden.
Na het vertrek van Frank Arnesen nam Te Kloese in juni 2022 ook de technische portefeuille tijdelijk over, een taak die hij uiteindelijk permanent combineerde met het directeurschap. Die bundeling van functies leverde een ongewoon grote concentratie van macht op: hij werd beslisser in sportieve zaken, bestuurlijke kwesties en het internationale netwerk richting zaakwaarnemers en investeerders. Dat maakte besluitvorming sneller en stelde Feyenoord in staat snel te handelen op de transfermarkt, wat vooral in de zomer van 2022 zijn vruchten afwierp.
Feyenoord verloor toen een groot deel van de Conference League-selectie, maar reageerde adequaat en bouwde een nieuwe kern. Aankopen als Hancko (ongeveer €8,3 mln), Gimenez (€6 mln), Paixão (~€4,5 mln), Szymanski en Mats Wieffer bleken waardevol; bijkomstige versterkingen als Danilo, Idrissi en Wellenreuther kwamen voordelig binnen. Niet alle aankopen pakten goed uit (onder meer Dilrosun, López, Taabouni, Bjørkan en Kasanwirjo voldeden niet aan de verwachtingen), maar de slagkracht van die transferzomer legde later de basis voor sportief succes.
Dat succes kwam snel: 2022-2023 leidde tot het landskampioenschap, overwintering in Europa en terugkeer naar de Champions League. Financieel draaide het nettoresultaat om naar ongeveer €6,6 miljoen winst en steeg het eigen vermogen naar ruim €6 miljoen. Toch schuilde er een belangrijk probleem: het werkkapitaal verslechterde sterk, van circa −€18 miljoen naar meer dan −€50 miljoen. Concreet betekent dat een groeiende afhankelijkheid van toekomstige inkomsten — voorfinancierde gelden, toekomstige transfertermijnen en kortlopende verplichtingen — waardoor de club op papier rijker werd maar niet automatisch minder kwetsbaar in cashflow.
Onder Te Kloese ontstond een economisch model dat leunde op Europese inkomsten, actieve transferhandel en stijgende spelerswaardes, maar dat tegelijkertijd de liquiditeitsdruk vergrootte. De centralisatie van verantwoordelijkheid versterkte dat effect: veel bestuurlijke en sportieve knopen kwamen bij één persoon te liggen. Daardoor bleek later dat de duurzaamheid van het succes sterk afhankelijk was van de juiste trainerkeuze — de opvolging van Arne Slot zou uiteindelijk bepalend blijken voor de beoordeling van Te Kloese’s periode.