Petta: "Ik had bepaalde flair en arrogantie dat minder werd gewaardeerd"
In dit artikel:
Bobby Petta werd op dertienjarige leeftijd weggehaald bij VV Papendrecht en ontwikkelde zich op Varkenoord tot een van de opvallende talenten van zijn lichting. In seizoen 1992/93 maakte de linkspoot zijn debuut bij Feyenoord en leverde een assist in het kampioensjaar, maar daarna bleef een vaste plaats in het eerste elftal uit.
Petta blikt in het nieuwe Feyenoord Magazine terug op waarom zijn doorbraak stokte: hij dacht zelf dat hij beter was dan concurrent Regi Blinker en analyseerde diens spel, maar die overtuiging en zijn uitgesproken flair vielen bij de A-selectie niet goed. In trainingen speelde hij vaak beter dan in wedstrijden, maar teamgenoten en staf testten en soms ontmoedigden hem; confrontaties leidden ertoe dat hij zijn natuurlijke, directe speelstijl aanpaste en onzeker werd. Alleen Henk Fraser bood hem enigszins steun, maar dat was niet genoeg om zijn positie te redden.
In 1993 vertrok Petta met maar één officiële wedstrijd voor Feyenoord op de teller. Daarna bouwde hij een nomadische carrière op met periodes bij onder meer Dordrecht '90, RKC Waalwijk, Ipswich Town, Celtic, Fulham en meerdere clubs in Australië. Het interview verschijnt in het recente Feyenoord Magazine voor leden van Het Legioen, waarin Petta open vertelt over de mentale omslag die zijn ontwikkeling bij de club heeft beïnvloed.