'Feyenoord en andere topclubs blijven worstelen met omstreden belastingregels'
In dit artikel:
Feyenoord heeft tevergeefs geprobeerd onder een werkgeversheffing op bepaalde transfervergoedingen uit te komen. De zogenoemde Bos-taks werd oorspronkelijk ingevoerd om hoge vertrekvergoedingen voor bestuurders en topmanagers te belasten, maar raakt ook profclubs. Wanneer spelers bij een transfer doorgaans 10 tot 15 procent van de transfersom ontvangen, kan vanaf een salaris van 700.000 euro een extra heffing van 75 procent gelden als de vergoeding hoger is dan het jaarsalaris.
Feyenoord liep tegen de regeling aan bij de transfer van Graziano Pellè naar Southampton. De spits kreeg 929.000 euro mee, waarna de Belastingdienst de club een naheffing van 205.000 euro oplegde. De rechtbank gaf Feyenoord in 2017 aanvankelijk gelijk, omdat de maatregel volgens haar niet goed aansloot bij het verdienmodel van voetbalclubs. In hoger beroep bepaalde het gerechtshof echter dat clubs geen uitzonderingspositie verdienen.
De fiscale strijd gaat door. Ajax vocht een vergelijkbare aanslag aan na de transfer van Jurriën Timber naar Arsenal, maar verloor onlangs bij de rechtbank en ging door met procederen. PSV heeft in het verleden eveneens miljoenen aan extra belasting betaald. Volgens de Nederlandse topclubs verslechteren de Bos-taks, de beperktere 30%-regeling en andere Nederlandse regels hun internationale concurrentiepositie, onder meer tegenover clubs in België. Voor Feyenoord maken de extra kosten transfers duurder, terwijl transferinkomsten juist belangrijk zijn voor de selectie en nieuwe versterkingen.
Vandaag Inside: Bekende Winter Vol Liefde-deelnemer duikt op in publiek van Vandaag Inside