"Dat is bij Feyenoord nog niet top, maar project Champions League lijkt gelukt"
In dit artikel:
Pieter Zwart, hoofdredacteur van VI ZSM, stelt dat Feyenoord ondanks een moeizaam seizoen vrijwel zeker is van de tweede plaats in de Eredivisie en daarmee Champions League-voetbal, nu de voorsprong met nog twee duels vijf punten bedraagt. Volgens Zwart kwam die positie vooral voort uit het gebrek aan concurrentie en het vermogen om in de laatste fase van wedstrijden genoeg punten te sprokkelen, ook al bouwde de ploeg sinds de winterstop geen overtuigende reeksen op.
Tactisch viel op dat Feyenoord recent structureel probeerde de verdediging te versterken door bij balverlies een extra speler achter de lijn te plaatsen. Die rol werd bijvoorbeeld ingevuld door Kraaijeveld als derde centrale verdediger — een aanpassing die tegen NEC en in het duel met Fortuna zichtbaar werd en eerder al sporadisch door Jakub Moder werd toegepast. Zwart noemt die vijfde verdediger nodig omdat veel tegendoelpunten voortkwamen uit tegenstanders die de ruimte tussen back en centrumverdediger benutten.
De verandering geeft ook individuele voordelen: Hadj‑Moussa kan zijn back makkelijker naar voren laten spelen omdat er een extra veilig achterdek is. Zwart merkt dat dit idee — ooit bijna controversieel voor trainer Francesco Farioli — inmiddels wijdverbreid is in de Eredivisie en meerdere clubs toepassen. Toch waarschuwt hij dat de defensie niet foutloos is; bij momenten raken spelers als Kraaijeveld, Targhalline, Valente en vooral Bos te ver naar voren, waardoor het achterin kwetsbaar blijft.
Kort samengevat: Feyenoord bereikt zijn doel middels pragmatisch verdedigend herstel en gebrek aan concurrentie, maar de ploeg blijft fragiel in detail en afhankelijk van slimme opstellingstrucs om de Champions League-plek veilig te stellen.