COLUMN | Wie volgt?
In dit artikel:
De competitie is een week achter de rug en het voetbalzomertoernooi draait door: NAC Breda en Heracles degraderen, ADO Den Haag en SC Cambuur keren terug, FC Volendam promoveert ten koste van Willem II en Ajax krijgt in juli een kans om zich voor de groepsfase van de Conference League te plaatsen. Maar het meest opvallende nieuws speelt zich af binnen Feyenoord.
Enkele weken geleden kwam Feyenoord in opspraak toen algemeen directeur Dennis te Kloese zijn vertrek aankondigde en intern onenigheid over bevoegdheden en technische functies naar buiten kwam. Onder Te Kloese boekte de club ook grote sportieve successen — een Europese finale, een landskampioenschap, een bekerwinst en meerdere Champions League‑plaatsen — maar die resultaten verhulden volgens critici structurele problemen in de organisatie. Na het vertrek van Frank Arnesen bleek veel verantwoordelijkheid bij steeds minder mensen te liggen; Te Kloese combineerde bestuurswerk, technische eindverantwoordelijkheid, internationale taken, crisismanagement en transferonderhandelingen. Zolang Arne Slot sportief leverde, bleef dat systeem houdbaar, maar bij mindere prestaties begonnen de scheuren zichtbaar te worden.
Ironisch genoeg lijkt Te Kloese’s belangrijkste nalatenschap buiten het veld te liggen: het akkoord over eenwording van de clubstructuur. Daarmee is eindelijk het idee afgedwongen dat een moderne topclub meer behoefte heeft aan gespecialiseerde functies en duidelijke verantwoordelijkheden in plaats van multifunctionele ‘duizendpoten’ die overal tegelijk brandjes blussen. De mogelijke komst van Robert Eenhoorn als algemeen directeur en Devy Rigaux als technisch verantwoordelijke wordt in die sfeer gepresenteerd — niet vanwege loutere namen, maar vanwege de gedachte van meer structuur en vakinhoudelijke expertise.
Tegelijk waarschuwt de analyse dat Feyenoord geen eenvoudige organisatie is: stadionzaken, commissies, supportersgroepen en diverse invloedssferen maken besturen complex. Niemand bestuurt de club volledig alleen, en het succes van nieuwe bestuurders is nooit verzekerd. Of de inzet op specialisten daadwerkelijk leidt tot duurzame rust en betere bestuurlijke balans, blijft daarmee onzeker. De hoop is dat Feyenoord nu realistischer handelt door verantwoordelijkheden te spreiden en op lange termijn fundamenten te leggen in plaats van te vertrouwen op één dominante persoonlijkheid.