COLUMN: Terugreis naar het verleden ter gelegenheid van de interlandstop (II)
In dit artikel:
In de laatste week van het intermezzo voor de hervatting van de competitie blikt een levenslange Feyenoord-supporter terug op de rijke, maar grillige geschiedenis van zijn club. Feyenoord bezit volgens hem een bijna onaantastbare status als eerste Nederlandse winnaar van de Wereldbeker, de Europacup I, de UEFA-Cup en de nationale supercup. De Wereldbeker en Europacup I werden in 1970 gewonnen, de UEFA-Cup in 1974 en de eerste supercup in 1991. Alleen de status van laatste Nederlandse club met een Europese hoofdprijs kan uiteindelijk nog verloren gaan; die positie houdt inmiddels al minstens 25 jaar stand.
De schrijver haalt herinneringen op aan zijn jeugd. Op 15 mei 1958 zag hij als tienjarige in De Kuip Feyenoord met 1-1 gelijkspelen tegen Fortuna ’54. Kees Rijvers zette Feyenoord op voorsprong, maar Henk Angenent maakte vlak voor rust gelijk. Ondanks fraaie acties van Coen Moulijn bleef het daarbij. Fortuna beschikte destijds over een sterk elftal met onder anderen doelman Frans de Munck, Cor van der Hart, Jan Notermans en aanvaller Bram Appel.
Ook de pijnlijke nederlaag tegen het al gedegradeerde BVV, dat in Rotterdam met 2-4 won na een 0-4-voorsprong, bleef hem bij. Daartegenover staat de grote herinnering aan de 8-1-bekerzege op HVC in Amersfoort op 10 juni 1957. Feyenoord plaatste zich daarmee voor de finale, maar verloor die vervolgens van Fortuna ’54. HVC-spits Wout Heinen maakte het enige doelpunt voor de thuisploeg; hij werd later topscorer van de Eerste Divisie, maar verliet het zondagse profvoetbal uit religieuze overtuiging. Vier jaar later verloor Feyenoord in Amersfoort opnieuw verrassend van HVC, ditmaal met 4-1.
Na de landstitel van 1961, de eerste sinds 1940, volgde in 1965 eindelijk weer de KNVB-beker. De auteur sprak in 1963 voor zijn schoolkrant trainer Norberto Höfling, die Feyenoord ondanks aansporingen niet aan een prijs hielp. Zijn opvolger Willy Kment leidde de club in 1965 meteen naar de dubbel. Na drie jaren waarin Ajax domineerde, beleefde Feyenoord zijn sterkste periode: tussen 1969 en 1971 won de club twee landstitels, de beker, de Europacup I en de Wereldbeker. In 1974 volgden de landstitel en de UEFA-Cup.
Daarna wisselden succesvolle seizoenen en lange periodes zonder prijzen elkaar af. De bekerwinst van 1980, de dubbel van 1984 en de beker van 1991 vormden uitzonderingen. Vanaf 1991 begon een lustrum met zes prijzen, waaronder een landstitel, vier bekers en een supercup. Voor de schrijver bevestigt dit patroon dat Feyenoord-supporters vaker moeten lijden dan juichen. Toch bleef hij de club altijd trouw: Feyenoorder ben je volgens hem niet tijdelijk, maar voor het leven.
Vandaag Inside: Raymond Mens reageert op uitspraken Gordon bij Vandaag Inside: 'Ik ben blij dat ik wat bijval krijg'