COLUMN: Is de beker een troostprijs?
In dit artikel:
Gisteravond zat de Kuip vol met supporters van AZ en NEC, terwijl het eigen Legioen opnieuw een teleurstellend seizoen doorleeft. De schrijver verwijst naar de pijnlijke uitschakeling in eigen stadion op 17 december door Heerenveen — een nederlaag die extra hard aankomt en waarbij zelfs Robin van Persie schijnbaar een dikke huid ontwikkelde. Die late tegentreffer — in de slotminuut — maakte het voor de aanwezige Feyenoord-fans extra zuur.
Daartegenover staat de herinnering aan wat de auteur de mooiste bekertriomf van Feyenoord noemt: 1995. Niet vanwege de uiteindelijke finale tegen Volendam, maar door de kwartfinale in het Olympisch Stadion tegen het op dat moment overwegend dominante Ajax van Louis van Gaal. Ajax won in dat seizoen de landstitel, de Champions League en de Wereldbeker, maar verloor verrassend de beker aan Feyenoord. Ajax kwam vroeg op voorsprong via Ronald de Boer, maar Ruud Heus bracht in de 80e minuut gelijk. In de verlenging besliste invaller Mike Obiku met een doelpunt in de 94e minuut, toen de golden goal-regel nog gold — waardoor dat doelpunt meteen de winnende was. De schrijver illustreert de impact met anekdotes: collega’s uit IJsselstein die Feyenoord kansloos achtten, een leverancier die na de goal vooral de verslagen Ajax-supporters in gedachten hield, en zijn vrouw die in een trein vol Ajax-fans trots verklaarde dat haar dag bijzaak was door de Feyenoord-bekerwinst.
De route naar die finale bestond volledig uit uitwedstrijden: Groningen (0-1), Willem II (1-1, 7-8 na strafschoppen), Ajax (1-2) en Heerenveen (0-1). Voor de auteur onderstreept dat hoe bijzonder die prestatie was: vier zware ontmoetingen tegen Eredivisieclubs op weg naar de finale in De Kuip. Hij verwerpt het idee dat die beker een troostprijs was en relativeert jaloezie van Ajax-aanhangers.
Ter afsluiting plaatst de schrijver de overwinning van 1995 in het bredere palmares van Feyenoord: talrijke bekerzeges door de jaren heen (incl. amateurzeges in 1930 en 1935 en recente overwinningen tot 2024). Ook maakt hij onderscheid tussen echte supporters — seizoenkaarthouders die hun club daadwerkelijk steunen — en meer vrijblijvende fans die vooral verbaal loyaal zijn. De toon is trots en nostalgisch: ondanks de huidige tegenslag blijft de liefde voor Feyenoord onverminderd.