Bekerweekend: veel succes voor Feyenoord in jaren negentig
In dit artikel:
Terwijl dit weekend NEC en AZ om de beker strijden — en Feyenoord dit seizoen vroeg werd uitgeschakeld — blikken we terug op de lotgevallen van de Rotterdammers in de jaren negentig, toen de club uitgroeide tot dé bekerploeg van het decennium.
1991: na een lange periode zonder prijs won Feyenoord in De Kuip met 1-0 van eerstedivisionist FC Den Bosch dankzij een vroege treffer van Rob Witschge. De wedstrijd eindigde in chaos toen supporters zeven minuten voor tijd het veld bestormden, waardoor de wedstrijd niet volledig kon worden uitgespeeld. Den Bosch probeerde nog via KNVB en rechter een herkansing af te dwingen, maar Feyenoord bleef uiteindelijk de officiële winnaar — de eerste trofee sinds 1984.
1992: een heldere finale tegen Roda JC, waarin Feyenoord al voor rust beslissend toesloeg. John de Wolf kopte de openingstreffer, Gaston Taument verdubbelde de marge en Jozsef Kiprich maakte na de pauze de 3-0; zo boekte Feyenoord een tweede opeenvolgende beker — iets wat niet meer was voorgekomen sinds de jaren zestig.
1994: NEC, als verrassende eerstedivisionist, bereikte de eindstrijd maar werd al snel achtervolgd door Feyenoord. Ruud Heus benutte een strafschop en tien minuten voor tijd kopte John van Loen de 2-0 binnen na een assist van Regi Blinker. Dit leverde de club de negende beker op en de derde in vier jaar.
1995: een finale tegen FC Volendam, gespeeld in de schaduw van Ajax’ Europese succes. Gaston Taument opende vroeg, Volendam kwam terug, maar invaller Mike Obiku besliste in de slotfase met de 2-1. Daarmee behaalde Feyenoord vier bekers in vijf jaar en bevestigde het zijn status als dominante bekerploeg van de jaren negentig.