Analyse: hoe fitheid de doorslag gaf tegen N.E.C. in De Kuip
In dit artikel:
Feyenoord treft dit weekend in Nijmegen NEC, een duel dat extra beladen is na het teleurstellende gelijkspel tegen FC Volendam. De eerdere ontmoeting in De Kuip geeft reden tot zorg: toen verloor Feyenoord ondanks een goede eerste helft door slimme aanpassingen van NEC en zwakte in de tweede helft.
NEC, onder Dick Schreuder, begon destijds met een driemansverdediging en veel beweging in de aanvalslinie. Bryan Linssen zakte vaak uit naar links en fungeerde als een soort extra back om ruimte te exploiteren achter het pressen van Feyenoord. Hoewel Feyenoord aanvankelijk compact en organisatorisch sterk stond — met name Luciano Valente die onder druk telkens voor oplossingen zorgde en Anis Hadj Moussa die individueel indruk maakte — werd een onzorgvuldige opbouw direct afgestraft en leidde dat tot een achterstand. Leo Sauer maakte nog gelijk, en Feyenoord nam na rust zelfs de leiding, maar dat bleek niet duurzaam.
Schreuder schakelde toen met invallers als Dirk Proper en Noé Lebreton en pakte zo het middenveld terug; Proper bracht rust en aanspeelbaarheid vergelijkbaar met Valente bij Feyenoord. NEC domineerde daarna het spel, profiteerde van loopacties en overtal rond het strafschopgebied en scoorde de gelijkmaker en vervolgens opnieuw. Invaller Kento Shiogai besliste uiteindelijk het duel, waarmee de effectiviteit van NEC’s wissels aangetoond werd.
Een terugkerend thema is het fysieke verschil na de rust: NEC valt vaak sterker aan in de tweede helft, terwijl Feyenoord geregeld wegzakt. Tegen Volendam bleek ook dat de Feyenoord-bench weinig impulsen geeft — alleen Casper Tengstedt en Jordan Lotomba brengen ervaring; de rest is jong of onervaren. Met blessures die mogelijk nog schuilgaan, zal trainer Robin van Persie het lastig hebben om tijdens de wedstrijd treffend bij te sturen, wat de wedstrijd in Nijmegen extra uitdagend maakt.